Verslag vierde sessie 1 november 2018

Verslag vierde sessie 1 november 2018

Locatie: Vakantiepark Delftse Hout
Aantal aanwezigen: 54 deelnemers

Link naar de foto’s

Gé Kleijweg, voorzitter van het initiatief BuytenHoutTafel, heet iedereen van harte welkom. Hij benadrukt dat het proces van het gezamenlijk maken van de Gebiedsvisie van Buytenhout-West zorgvuldig gedaan moet worden, zodat die visie uiteindelijk gedragen wordt door alle betrokken partijen. De kans is dan groter dat de gemeenteraad de Gebiedsvisie overneemt en daadwerkelijk een plek kan geven in de Omgevingsvisie die de gemeentes Delft en Pijnacker-Nootdorp nu samen met belanghebbenden en gebiedsgebruikers moeten maken. Wij lopen dus vooruit op de troepen…

Gé is verheugd over de hoge opkomst en de grote betrokkenheid. De zorg voor de Buytenhout is ook een grote verantwoordelijkheid als je kijkt naar de huidige ontwikkelingen, zoals de groei van de stad en klimaatadaptatie.


Eveline Olyslager vertelt over wat haar drive is in Buytenhout en de verbindingen die zij legt.

 

Sabrina Lindemann, procesbegeleider van Bureau OpTrek, vult aan dat we de gebiedsvisie helemaal in de geest van een nieuwe wet aan het maken zijn, de Omgevingswet. Deze gaat huidige wetten vervangen met het doel één integrale wet te maken waar alle aspecten m.b.t. de fysieke leefomgeving in opgenomen zijn. Er zijn grote uitdagingen voor Buytenhout: er is druk op het gebied van vele kanten vanuit verstedelijking en klimaatveranderingen. Zo moet bijvoorbeeld Den Haag 50K woningen laten bijbouwen tot 2040 maar ook Delft en Pijnacker-Nootdorp hebben grote bouwopgaven. De klimaatveranderingen zullen effect hebben op het huidige groengebied Buytenhout. Wat is ons toekomstbeeld van Buytenhout en wat willen we daarin zelf betekenen en doen? In een van de afgelopen sessies kwam het inzicht op dat dit invulling zou kunnen krijgen door bijvoorbeeld het anders omgaan met wateropslag: niet alleen als opslag bij extreme regenval, maar tevens als watervoorraad in tijden van extreme droogte. Ook op het gebied van energiewinning zijn er mogelijkheden in het gebied, bijvoorbeeld warmteopslag via het wateroppervlak. En er spelen nog vele andere thema’s zoals nieuwe vormen van mobiliteit, voedselproductie en recreatie. De grote vraag voor de Gebiedsvisie is wat wij belangrijk vinden voor het gebied. Hiervoor hebben we al bouwstenen verzameld in de sessies van 30 mei, 20 juni en 26 september [links naar de verslagen toevoegen], en daar gaan we vanavond mee verder. Het is belangrijk dat we ons bewust daarvan zijn dat we met z’n allen pionieren, leren. We zijn niet gewend om zo’n proces samen te doen.

Waar werken we naartoe?

De nieuwe, landelijke, Omgevingswet gaat in 2021 in.

Deze Omgevingswet bestaat uit gemeentelijke, provinciale en nationale omgevingsvisies en plannen. Het burgerinitiatief BuytenHoutTafel heeft de ambitie dat de ideeën en toekomstbeelden voor Buytenhout-West, waar wij nu met z’n allen aan werken, en die leiden tot input voor de Gebiedsvisie, opgenomen worden in de gemeentelijke omgevingsvisies van Delft en Pijnacker-Nootdorp. Deze omgevingsvisies maken dus uiteindelijk deel uit van de nationale Omgevingswet. Dat wij in dit proces over de grenzen van twee gemeenten heen kijken is voor dit moment al heel uniek. Daarnaast hebben we vanuit de geest van de nieuwe wet de opgave om onze ideeën samen met een scala aan belanghebbenden te formuleren. Dat zijn we sinds mei 2018 aan het doen. Inmiddels hebben al meer dan 100 belanghebbenden deelgenomen aan het proces. Ons proces voldoet dus aan de eisen van de gemeentelijke omgevingsvisies. De Gebiedsvisie zelf is uiteindelijk een vrij abstract verhaal; daar gaat het over ambities op de lange termijn. De aanbevelingen die we concreet willen doen, kunnen we wel als bijlage meegeven.

Resultaten tot nu toe

In sessie 1 en 2 (mei en juni) hebben we met z’n allen in kaarten van het gebied betekenisvolle plekken, kwaliteiten en kernwaarden gemarkeerd naast knelpunten, oplossingen, wensen en dromen voor Buitenhout-West. Deze markeringen zijn verwerkt tot Waardekaarten. In Sessie 3 hebben we de benoemde kernwaarden samen vastgesteld

In gesprekken over deze kaarten en markeringen zijn met elkaar verschillende thema´s benoemd, die we vervolgens in thematische scenario’s hebben uitgewerkt.

Welke thema’s missen we nog?

Op de vraag ‘Missen we nog belangrijke thema’s?’ volgen diverse suggesties. Allereerst om natuurbehoud nog duidelijker naar voren te laten komen. Er wordt gezocht naar een goede term: groenbeheer, diversiteit, natuurbeheer, dierenbeleid, klimaatadaptatie, ecologie en biodiversiteit. Er ligt veel druk op de grond, daarom moet naar de gemeentes toe het belang van de kernwaarde ‘natuur’ worden benadrukt. De oproep is dan ook: plaats natuur boven winst en kies voor een kringloopeconomie en kringloopdenken in plaats van een puur economische mentaliteit. Een nieuw thema dat ook meegenomen kan worden is ‘educatie’. Als kinderen het gebied leren kennen, krijgen ze er een band mee en dat komt het gebied ten goede.

Het thema ‘bebouwing’ wordt nog vermeden, maar ten aanzien van de bestaande gebouwen zal je iets moeten beschrijven in de visie. In het open landschap is de bebouwing immers visueel aanwezig.

Een vertegenwoordiger van natuurgebied het Heempark pleit ervoor om van het hele gebied een ecologisch systeem te maken met een actief biologisch beheer.

Na deze terugblik op de resultaten van de eerdere sessies vertelt Sabrina over de opzet van vandaag:

Vandaag gaan we stappen zetten om verder te begrijpen hoe in toekomst die omgevingsvisie op kwaliteit gaat functioneren en hoe je dus samen afwegingen kunt maken van wat je wel en niet zou willen in een gebied. En dat doen we met behulp van de eerder vastgestelde kernwaarden.

In groepen van ongeveer 10 personen per tafel buigen we ons over de deelgebieden van Buytenhout-West. We gaan samen experimenteren waarbij we fictieve activiteiten en functies plaatsen in de deelgebieden. Stel dat je in deelgebied 5 een zwembad plaatst, hoe verhoudt die zich dan tot de plek? Versterkt het de kernwaarde van het deelgebied of maakt het de kernwaarde zwakker? Of kan deze activiteit de kernwaarde in een ander deelgebied juist sterker maken? In deze sessie gaan we nadrukkelijk oefenen om de kernwaardes te gebruiken als een afwegingskader. Wat willen we wel en wat niet op een specifieke plek in het gebied en waarom?

Maar eerst houdt Evelien Olyslagers een pitch over Gezondheid en educatie. In haar ideaalbeeld zou dit gebied een doorgang mogen zijn voor mensen naar het werk, maar ook een heerlijke plek om te wandelen met of zonder hond en tot rust te komen, wat de gezondheid ten goede komt. Er zou plek moeten zijn voor paarden, fietsers, wandelaars en ook auto’s. De verantwoordelijkheid mag wat haar betreft meer bij de gebruiker komen te liggen. Gebruikte barbecues en afval neem je weer mee naar huis. Er hoeft niets bijgebouwd te worden en het is goed als de mensen samen zorgen voor het onderhoud van het gebied.

Educatie gaat voor Evelien ook over dierenwelzijn. ‘Het is geweldig als kinderen in het bos spelen, maar als in dezelfde boom waarin ze klimmen ook een ijsvogel broedt, moeten ze leren hoe bijzonder dat is en dat ze die vogel met rust moeten laten.’ De Bieslanddagen mogen van Evelien Buytenhoutdagen worden. Ook pleit ze voor steun voor de Kindertuinen, waar kinderen onder begeleiding kunnen moestuinieren. Ook deze kinderen krijgen een band met de natuur en kunnen later als ze ouder zijn veel doen voor het behoud van het gebied.

Experiment

Na een pauze met soep en broodjes volgt het experiment, zoals hierboven uitgelegd. Om de gesprekken in de groepen te ondersteunen zijn er drie studenten uit Wageningen uitgenodigd die in 2017 een circulair plan hebben gemaakt voor het gebied, in het kader van hun studie Landschapsarchitectuur. Ook Hiltrud Pötz neemt haar expertise mee naar de discussietafels. Zij is van de Ateliergroep Groenblauw die meer natuur en meer water in de stad wil brengen. Sabrina benadrukt dat deze vier experts zijn uitgenodigd om de groepen met hun kennis te faciliteren , zodat de groepen als geheel verdere stappen kunnen zetten en vanuit verschillende achtergronden naar het gebied gekeken kan worden.

De groepen gaan aan de slag. In elke groep zijn verschillende rollen verdeeld; een boer, ambtenaar, kind, oudere in een rolstoel, ontwikkelaar, maar ook een boom, een vis, bij en een vogel. De personages geven aan wat zij aan activiteiten of functies nodig hebben en waar zij van dromen. Op grote kaarten wordt dit ter plekke met kleifiguren  uitgebeeld. De vraag of de fictieve activiteiten en functies de kernwaarden versterken of verzwakken is leidend in deze oefening.

Uitkomsten experiment per groep

Gé, tafel 3: Bij de A13 hebben we een geluidswal met woningen geplaatst met zonnepanelen bovenop. In de Delftse Hout komt een mosselbank tegen de blauwalg en een stormbaan van natuurlijke materialen voor de kinderen. Er komt woningbouw in de vorm van ronde dorpen, waaronder een drijvend dorp in de Dobbeplas.

Wat bomen betreft ontdekten we dat ‘bos’ geen kernwaarde is, en dat hoge bomen de kernwaarde ‘open landschap’ verstoren. Bomen kunnen wel passen bij de kernwaarde ‘rust’. Een klein beetje extra bos in combinatie met woningbouw is mogelijk. Vanuit de andere groepen wordt opgemerkt dat een boom ook aan CO2-opslag doet. Over CO2-reductie is de vorige keer wel gesproken, maar dit is geen kernwaarde geworden.

De toevoeging die de kernwaarde het meest verzwakte was de rij bomen in de polder. Leuk voor de vleermuizen, maar slecht voor de weidevogels. Gé: ‘De kernwaarden zijn een handig houvast, maar je bent zo gewend om te polderen, al pratend nader tot elkaar te komen, dat je toch gaat schipperen. En zo kwamen we als compromis toch tot een extra bos. Dit bos bestaat uit voedselproducerende bomen, zoals noten.’ Het toetsen van de kernwaardes ging nog het makkelijkst bij het idee van het zwembad bij de Dobbeplas, dat daar was gezet omdat er ’s zomers blauwalg in de plas zit. Uit de kernwaarde ‘natuur in relatie tot de stad’ volgde dat het water in de plas gewoon schoon moet zijn. Zodat je er altijd middenin de natuur kunt zwemmen.

Richard, tafel 4: Er staan hier villa’s van een projectontwikkelaar en die wil je daar dus niet. Moeten we daar dan nog over discussiëren, vroegen we ons af. We vonden van wel, omdat zo’n bouwproject in kleine stapjes kan gaan, en die stapjes moet je kunnen herkennen, om het proces op tijd te stoppen. Het maken van een kader van alles waar je het over eens bent, is net zo belangrijk als een discussie. De kernwaardes helpen daarbij.

De openheid en diversiteit van het landschap willen we behouden door hier varkens en koeien te houden. Er komt ook een voedselproducerend bos, want dat past bij deze plek.

Voor de vogels zijn de weilanden belangrijk. De gemeente wilde ook iets met huizen, al zijn de voorgestelde villa’s duidelijk niet geschikt. Liefst zouden we het weiland dat grenst aan het gebied ook bij het gebied betrekken. Er is natuur om in te wandelen en voor de kinderen ook om te kamperen. Zoiets past bij het gebied, maar daar is dan wel een goede visie voor nodig.

Er moet ook iets aan de weg gedaan worden, want er is een toegangsprobleem.

Marleen, tafel 1: Het speelbos moet weer een speelbos worden, een bos voor kinderen. Het extra verkeer zal meevallen, want dit speelbos is niet bedoeld voor de hele regio en parkeren kan prima in de omgeving. In dat nieuwe gebied met al dat makkelijk te beheren groen dat niet zo biodivers is, kan je werken aan een wild bos met voedselproducerende bomen en struiken waar je kan oogsten. Op dit moment heerst er in dit gebied essensterfte en er staat saai groen. Vervang dit door eetbaar groen, notenbomen en ‘een guerilla aan courgettes’. Een andere vorm van voedselproductie dus, anders dan het polderlandschap. Eetbare struiken zijn goed voor de biodiversiteit. Dit wordt ook wel een ‘smulbos’ genoemd.

Een activiteit die een kernwaarde zou verzwakken was misschien het speelbos, in verband met de verkeersaanzuigende werking, maar onze conclusie was dat dat wel mee zou vallen. Denkend aan de kernwaarden ‘biodiversiteit en natuur’ vroegen wij ons af of het monotone groen zich daar goed mee verhoudt, en ons antwoord was: nee.

Remco, tafel 5: de groep bestond uit een vegetarische boer, een buurtbewoner, een kind, een gemeenteambtenaar die wilde luisteren en verbinden en een oude vrouw die rust wilde. We hadden de ondernemer die genoeg had aan een bos en een ontwikkelaar die keek naar de mogelijkheden van het gebied. Daarna waren we bezig met kernwaarden, wat een bonte verzameling werd. We discussieerden over de vraag hoe je zorgt dat een kernwaarde toepasbaar is en je er wel iets mee kan doen. In grote lijnen waren bij ons de kernwaarden als volgt verdeeld: ‘natuur in relatie tot de stad’ is geplaatst aan de randen van het gebied; de rust meer in het midden. De plek van verbondenheid en samenkomst zagen we vooral rond de boerderij. We hebben naar de kernwaardes gekeken met de functies in het achterhoofd. De meeste functies konden een plek krijgen. Verhuizen moesten de activiteiten die veel rumoer met zich meebrachten. Die werden naar de randen verplaatst. Soms werkt een kernwaarde zichzelf tegen: hoe meer een deelgebied de kernwaarde ‘rust’ kreeg toegedicht, hoe meer mensen er naartoe wilden. Eigenlijk moeten we zorgen dat het hele gebied goed wordt ontsloten: poorten naar het gebied waar je overstapt op iets met een accu of iets met een paard ervoor.

Herman (onder andere woordvoerder van de naaktrecreanten) wil graag een Vrijheidspad, oftewel een blotebillenpad.

Pim, tafel 2: Bij ons wilde de bij wilde bloemen in de weilanden. De Projectontwikkelaar wilde bereikbaarheid, toegankelijkheid. Aan rolstoeltoegankelijkheid wordt nog veel gemist in het gebied. De ondernemers werken ook nog niet echt mee. Het kind vindt dat het speelbos op de verkeerde plek ligt. Zoiets moet je niet midden in het gebied plaatsen, maar bij een ingang naar het gebied. De ontsluiting van het gebied vinden we heel belangrijk. Wat het bos betreft, hoeven we niets te kappen, maar wel willen we meer diversiteit.

Bij het werken met de kernwaardes ervaarden we veel overlap in de kernwaardes. We vonden ze niet scherp genoeg en er mogen wel wat meer andersoortige kernwaardes komen. Richard vindt dat de kernwaardes goed zijn voor het gebied als geheel, maar niet om per gebiedsdeel een onderscheid te maken.

Sabrina bevestigt dat het voor het hele proces belangrijk is dat we de goede kernwaardes te pakken hebben. Blijkbaar werken ze nog niet optimaal. Er wordt voorgesteld deze intern met de kerngroep nog een keer onder de loep te nemen en aan te scherpen en daar in de volgende sessie mee terug te komen.

Remco’s groep vond dat het vanavond opvallend ging over ‘hoe ziet het eruit?’ en veel minder over de economie ‘wat levert het op?’ Daan stelt voor om drie hoofdpunten te nemen en daar alles in onder te brengen: verbondenheid, natuur en diversiteit. Rust valt dan wat hem betreft onder natuur. Alexandrien merkt op dat als je kijkt naar functies van het gebied, dat de agrarische functie hier dan heel wezenlijk is in dit poldergebied.

Afsluitend

In het nawoord zegt Gé dat hij veel kennis samen heeft zien komen in deze bijeenkomst. ‘Het is uiteindelijk een soort spel wat we vanavond hebben gespeeld. Je voelt bij alle deelnemers veel wil en drive voor dit gebied. Zodat iedereen daar bepaalde plannen wel uit zijn hoofd zal laten. Het benoemen van de kernwaardes en alle spelregels is een belangrijke oefening om uiteindelijk concrete stappen te kunnen zetten. Op 30 januari 2019 gaan we hiermee verder en dan gaan we echte toekomstscenario’s ontwikkelen voor Buytenhout-West. Dan is de kennis die we vandaag hebben opgedaan nodig. Complimenten aan Sabrina. Het was leerzaam en een goede avond om dit gebied verder te laten groeien.’

Tot slot vertelt Gé dat hij onlangs met Stadsuurwerkmaker Tjan van Loenen de Oude Kerk op is geweest, omdat die de klok op wintertijd ging zetten. ‘Het was een heldere avond, je zag overal de andere steden. We wonen al in de metropool. Alleen aan de oostkant zag je nog een zwarte plek. Dat is het gebied waar wij ons voor inzetten.’